Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum vzw
011/437089
Heusden-Zolder
Geschiedenis
Het opvangcentrum is opgericht door Francis Van Bogaert uit Heusden-Zolder in 1989.

Geschiedenis

Het opvangcentrum is opgericht door Francis Van Bogaert uit Heusden-Zolder in 1989. Hij was een groot parkieten- en kanarieliefhebber, maar wilde zich ook inzetten voor de vogels die in de natuur ziek of gewond waren. Hierdoor viel het hem op dat er nog geen opvangcentra waren voor deze dieren in de omgeving van Heusden-Zolder. Hij startte zelf een vogelasiel in zijn veranda, maar door onbekendheid kreeg hij weinig patiënten. Hij plaatste een advertentie in de weekkrant en Maria Bosmans en Rudi Oyen reageerden hierop en boden hun hulp aan. Er werden stickers gedrukt ten voordele van het vogelasiel.

Vervolgens kwamen er jaren van drukbezette weekends door de vele beurzen waaraan ze deelnamen. Er kwam zo wat geld in de kassa en ze werden bekender. Het werd tijd om een vergunning te vragen om beschermde vogelsoorten te mogen houden voor verzorging.
Men sprak toen over het opvangcentrum van Midden-Limburg met een paar vrijwilligers. Er werd besloten om een vzw op te richten. In 1989 ontstond Vogelasiel Centraal-Limburg vzw.

De eerste opendeurdag

De eerste opendeurdag vond plaats in de tuin van Francis. Er kwam veel interesse van de buurtbewoners. Doordat het steeds drukker werd ten huize Van Bogaert, moest er toch een externe locatie gevonden worden voor de verdere bezigheden. Dit was niet zo gemakkelijk met amper duizend Belgische frank en geen deftige bron van inkomsten.

De toeristische dienst van Heusden-Zolder gaf hun gratis een gebouw met veel ruimte rond op het domein Bovy. De gemeente zou eveneens de elektriciteit en andere kosten dragen.
Maar er was wel een voorwaarde aan verbonden namelijk dat ze een gemeentelijke vzw moesten worden met 51% stemgerechtigde afgevaardigden van de gemeente.

Dit kon niet voor Francis en Rudi. Hun doel was nog steeds mensen verder helpen met ook eenvoudige vogelsoorten. Dit zou onmogelijk lukken onder eventuele politieke druk.
Na vele gesprekken kwam de gemeente met een idee van een vervallen boerderij op een perceel van 54 are. Er werd beslist om het onbewoonbare boerderijtje en de grond te verkopen. Door bij de Nationale Loterij aan te kloppen, kregen ze een ondersteuning van honderdduizend Belgische frank (tweeduizendvijfhonderd euro).

Het provinciebestuur van Limburg vond het ook een mooi idee om ‘gewone’ vogels op te vangen en maakte ook honderdduizend Belgische frank vrij voor de vzw. Ondanks de aarzelingen in het begin van de vogelbescherming, die dacht dat het opvangcentrum met alle troeven volgens hen al in Limburg aanwezig was, schonken ze toch ook honderdduizend Belgische frank. Het was dus mogelijk om een nieuwe locatie te kopen. Vanaf toen was de vzw volledig eigenaar van het gebouw en het perceel.

Rudi en Francis hebben met hun tweeën jarenlang zelf geld ingezameld en alle werken, zonder hulpmiddelen, zelf uitgevoerd. Dit heeft hun veel bloed, zweet en tranen gekost.
Op een moment werd er ook beslist om nachtpermanentie te houden voor de opvang van patiënten en bewaking van het centrum. Maar geld voor een conciërgewoning was er niet. Rudi kwam met de oplossing om de hele bouw van de woning zelf te betalen en alles zou eigendom worden van de vzw. Hij zou er dan kosteloos in gaan wonen om de permanentie ’s nachts te verzekeren.

Een paar jaar later werd het opvangcentrum als Vogelasiel Centraal-Limburg vzw functioneel. Bij de officiële opening door wijlen burgemeester Vandenwijngart, dhr. Jan Rodts van Vogelbescherming Vlaanderen en dhr. Steve Stevaert als Gedeputeerde van Leefmilieu voor de provincie Limburg, was Francis nog aanwezig. Maar het jarenlange vechten voor de vzw had zijn stempel gedrukt op zijn privéleven waardoor hij vol vertrouwen in Rudi, de vzw vaarwel zei.


1 mei 1998

Doordat er meer en meer diverse soorten dieren werden opgevangen, werd op 1 mei 1998 het Vogelasiel Centraal-Limburg vzw officieel omgedoopt tot Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum vzw. De vzw groeide : er kwamen meer vrijwilligers bij, elke zaterdag was er een ‘asielkuis’, het cafetaria was op zondag geopend, … .

Er werden veel activiteiten georganiseerd om extra centen te verdienen, zoals een jaarlijkse opendeurdag, maandelijkse papier- en kartonophaling, een mosselfeest, … . Door de jaren heen werd het opvangcentrum stilaan uitgebreid : rond het centrum werd een afspanning gezet met een toegangspoort en er werden kooien van betonnetten en stukken afvaldraad gemaakt (dit waren de eerste ‘noodkooien’). De eerste deftige kooien zijn de nu nog bestaand buitenvolières.

Tot 1998 werden alle dieren afgehaald door de vrijwilligers met hun voertuigen, zonder dat ze hier een onkostenvergoeding kregen. Maar vanaf ongeveer het jaar 2000 was de werking qua opvang van patiënten een onhaalbare taak geworden. Er werden tussen de vrijwilligers een beurtrol opgesteld om de massa taken te verdelen. Alleen de administratie was al meer dan een fulltime bezigheid.

Het centrum, de werking en de bekendheid ervan was zo groot geworden dat het echt professioneel moest georganiseerd worden. Dit was niet makkelijk met enkel vrijwilligers die overdag naar school of naar hun werk moesten. Hierdoor ging het opvangcentrum in 2005 voor het eerst werken met personeel.

Geschiedenis Geschiedenis Geschiedenis